Persoonlijkheidsstoornissen en contextgevoeligheid

Persoonlijkheidsstoornissen worden vanuit contextdenken niet gezien als afwijkingen, maar als overlevingsstrategieën bij beperkte contextintegratie. Veel rigide gedragspatronen zijn begrijpelijk als reactie op een wereld die moeilijk te voorspellen is.

Definitie

Volgens de DSM is een persoonlijkheidsstoornis een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat afwijkt van culturele verwachtingen. Het patroon is:

Herkadering vanuit contextdenken

Binnen dit project bekijken we persoonlijkheidsstoornissen vanuit het idee dat contextblindheid en beperkingen in complex denken aan de basis liggen. Veel gedrag dat als "vreemd" of "afwijkend" wordt gezien, kan begrepen worden als een manier om te overleven in een maatschappij die sterk op contextgevoeligheid steunt.

Een kernprobleem hierbij is het ontbreken van basisvertrouwen. Zonder de mogelijkheid om intenties, tijdslijnen en patronen goed te integreren, wordt vertrouwen fragiel. Dit verklaart waarom in verschillende persoonlijkheidsstoornissen (bv. borderline, paranoïde) vertrouwen snel omslaat in achterdocht of emotionele crisis.

Cluster A — vreemd en excentriek

Casus

Sciensano, een onafhankelijke instelling van de Belgische overheid, gaf de richtlijnen uit inzake testing en quarantaine. Maar sommige zagen in Sciensano een ‘machtstructuur’ van de Belgische labo’s. Er werd gezegd dat Sciensano en de Belgische labo’s één geheel zijn, omdat Sciensano de kwaliteitscontrole doet van de labo’s. Sciensano doet inderdaad kwaliteitscontrole, maar ook als ‘onafhankelijke instelling’ van de overheid, niet van de labo’s zelf dus. Maar dat is al een stuk complexer, maar om dat te begrijpen heb je ‘geduld’ nodig, wat moeilijk is voor iemand die zich vooral beroept op ‘eerstegraads’ denken.

Cluster B — emotioneel en onvoorspelbaar

Cluster C — angstig en onzeker

Samenvatting

Vanuit contextdenken verschuift de focus van "afwijking" naar strategie: veel PD-kenmerken zijn pogingen om houvast te vinden bij beperkte contextintegratie. Dat verklaart terugtrekking (schizoïde), patroon-zoeken (schizotypische), emotionele ontregeling (borderline), transactioneel/egocentrisch reageren (antisociaal, narcistisch), vermijden (ontwijkende), afhankelijk organiseren (afhankelijk) en rigide controleren. Het continuüm raakt aan heel sterk eerstegraads denken: van rigiditeit via dwang naar psychotische belevingen.

Elk van deze profielen is meerdimensioneel: iemand met een borderline-diagnose kan sterk zijn in bepaalde contextuele domeinen en ernstig gehinderd in andere. Een label vat dit niet. Zie Het meerdimensionele profiel.