Overprikkeling en coping

Bij laag-contextueel denken komen prikkels directer en intensiever binnen, omdat het brein minder automatisch filtert op basis van context. Dit leidt tot overprikkeling. Deze pagina legt uit hoe dat werkt en welke copingstrategieën helpen.
Een persoon in een druk station waar alle prikkels tegelijk even sterk binnenkomen
Bij overprikkeling ontbreekt de automatische hiërarchie tussen signalen: licht, geluid, beweging en details dringen tegelijk naar voren.

Onze zintuigen nemen maar een beperkt deel van de werkelijkheid rechtstreeks op. Slechts 20–30% van wat we ervaren komt uit directe zintuiglijke input. De overige 70–80% wordt door ons brein aangevuld op basis van context, verwachtingen en geheugen.

Bij hoog-contextuele personen filtert het brein veel irrelevante prikkels weg. Laag-contextuele personen contextualiseren minder. Daardoor komen prikkels veel directer en intenser binnen. Dit leidt vaak tot overprikkeling.

Gevolgen

Copingstrategieën

Veel laag-contextuele personen ontwikkelen strategieën om met deze overprikkeling om te gaan:

Casus

Een laag-contextuele student gebruikt altijd een noise-cancelling koptelefoon in de trein. Waar anderen achtergrondgeluiden automatisch filteren, komen bij hem alle gesprekken, piepjes en geluiden tegelijk binnen. De koptelefoon helpt om de prikkelbelasting te reduceren en de situatie hanteerbaar te maken.