Het spectrum van contextgevoeligheid
Een continuüm zoals IQ
Zoals bij een IQ-verdeling, is er ook een verdeling in contextgevoeligheid. Sommigen zijn sterk in complex denken, anderen zijn zwak in complex denken. De meeste mensen bevinden zich in het brede midden van de Gauss-curve.
.png)
De boom als metafoor
Context is geen eendimensioneel gegeven. Zoals de takken van een boom in alle richtingen groeien, kan contextgevoeligheid per domein verschillen.
Iemand kan bijvoorbeeld in sociale situaties heel contextueel denken, maar in organisatorische kwesties eerder concreet en lineair.
Dit maakt contextblindheid fundamenteel meerdimensioneel: elk persoon heeft een uniek profiel van sterke en zwakkere contextuele domeinen. Dat profiel is nooit volledig gevat in een label of een punt op een lijn. Zie ook Het meerdimensionele profiel.
Graden van denken
We onderscheiden drie niveaus:
- 1ste graads denken: lineair en concreet
- 2de graads denken: nadenken over hoe een ander denkt
- 3de graads denken: nadenken over hoe een ander denkt, die denkt over een derde
Vanaf het 2de graads denken spreken we van complex denken.

Complex denken
Complex denken is het vermogen om meerdere perspectieven, tijdslagen en gevolgen te integreren in de interpretatie van een situatie.
Zie Lexicon – Complex denken voor de volledige definitie.
Spectrum van laag tot hoog
Aan de linkerzijde van het spectrum staat contextblindheid:
- informatie vooral letterlijk en concreet interpreteren
- veel aandacht voor details, minder voor samenhang
- sociale en emotionele signalen missen
- transactioneel handelen
Aan de rechterzijde staat hoog-contextueel denken:
- verbanden leggen tussen heden, verleden en toekomst
- nuance en ondertonen begrijpen
- perspectieven van anderen meewegen
- sterk in systeemdenken en lange-termijndenken
Verschillen binnen één geslacht zijn groter dan tussen geslachten
Een belangrijk gevolg van denken in spectra: voor de meeste psychologische eigenschappen waarop mensen verschillen — inclusief eigenschappen die nauw bij contextgevoeligheid aansluiten, zoals inleving, intimiteitsbeleving en hoe je met anderen omgaat — is de variatie binnen een geslacht groter dan het gemiddelde verschil tussen geslachten. Grote overzichtsstudies bevestigen dit voor allerlei manieren van denken, voelen en sociaal functioneren (Hyde, 2005; Hyde, 2014; Zell, Krizan & Teeter, 2015).
Zulke eigenschappen vormen meestal geen twee duidelijke groepen, maar een schuifregelaar waarop iedereen ergens zit (Carothers & Reis, 2013). Ook in de hersenen leveren gemiddelde sekseverschillen geen helder beeld op van twee duidelijke "mannelijke" en "vrouwelijke" types (Joel et al., 2015; Joel, 2021).
Met andere woorden: weten dat iemand een man of een vrouw is, vertelt vrijwel niets over waar die persoon op het contextgevoeligheidsspectrum zit. Wat je daarover wilt weten, vraag je het beste aan die persoon zelf — of je leidt het af uit hoe iemand de wereld leest. Niet uit het geslacht. Zie Denkstijl, niet gender voor wat dit betekent in relaties.
Verder
Voor concrete voorbeelden, zie Voorbeelden van laag-complex denken en Voorbeelden van hoog-complex denken.
Referenties
- Vermeulen, P. (2015). Context Blindness in Autism Spectrum Disorder: Not Using the Forest to See the Trees as Trees. Focus on Autism and Other Developmental Disabilities, 30(3), 182–192. doi:10.1177/1088357614528799
- Vermeulen, P. — Autisme als contextblindheid (Acco, Leuven). ISBN 9789033476129.