Het meerdimensionele profiel

Contextblindheid is geen punt op een lijn. Elk profiel is uniek — een combinatie van sterke en zwakkere contextuele vermogens die per gedragsdomein verschilt. Colette de Bruin beschrijft de hersenmechanismen die dit veroorzaken: acht storingen in informatieverwerking die zich vertalen naar zes gedragscategorieën. Die storingen zijn de oorzaak; contextblindheid is de cognitieve consequentie. Twee complementaire beschrijvingen van hetzelfde fenomeen.

Het lineaire misverstand

Het meest verspreide beeld van autisme en contextblindheid is lineair: wie meer kenmerken heeft, zit "verder op het spectrum". Hoe meer storingen, hoe ernstiger de diagnose. Dit is ook de logica van de DSM: een criterialijst met drempelwaarden.

Dit model heeft een praktisch voordeel — het geeft clinici een gemeenschappelijke taal. Maar het klopt niet als beschrijving van de werkelijkheid. Iemand kan ernstig gehinderd zijn door zintuiglijke prikkels en tegelijk soepel zijn in taalgebruik. Iemand anders mist sociale signalen volledig, maar is organisatorisch zeer sterk. Eén getal op een lijn vat dit niet.

De CASS — een cirkel, geen lijn

Colette de Bruin en dr. Fabiënne Naber stelden de CASS (Circle of Autism Spectrum Symptoms) voor als alternatief voor het lineaire spectrummodel. In plaats van een lijn toont de CASS een concentrische cirkel met een kleurgradiënt van groen (buiten) naar rood (centrum).

De cirkel heeft vier zones en twee zijden:

De kern: het zijn geen twee spectra, het is één cirkel met twee routes naar hetzelfde centrum. Hetzelfde niveau van informatieverwerkingsproblemen kan er aan de linker- en rechterkant volledig anders uitzien in gedrag.

Bekijk de CASS-poster op geefmede5.nl (Colette de Bruin & dr. Fabiënne Naber, Erasmus Universiteit Rotterdam).

De acht storingen — het hersenniveau

De Bruin beschrijft acht informatieverwerkingsstoringen die samengaan met autisme. Dit zijn hersenmechanismen — het waarom achter het gedrag:

Nota

De acht storingen zijn een praktijkraamwerk van De Bruin, geen wetenschappelijk gevalideerd diagnostisch model. Ze bieden een nuttige beschrijving van verschijningsvormen, maar zijn niet als zelfstandig model gepubliceerd in peer-reviewed literatuur. Bronvermelding: Bruin, C. de & Naber, F.B.A. (2023). Dit is autisme. Van hersenwerking tot gedrag (4e druk). Doetinchem: High 5 Publishers.

De zes gedragscategorieën — het profielniveau

De storingen op hersenniveau zijn niet direct zichtbaar. Wat je ziet in gedrag, valt uiteen in zes categorieën — het wat. De Bruin noemt de unieke combinatie van een persoon over deze zes categorieën de streepjescode:

Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen een volledig andere streepjescode hebben. Dat is precies het punt: het label beschrijft de drempel, niet het profiel.

Illustratief meerdimensioneel profiel laag hoog Informatieverwerking Zintuiglijk Sociaal & communicatie Rigiditeit & herhaling Executief functioneren Emotioneel & zelf
Eenzelfde persoon kan sterk zijn in bepaalde categorieën en zwak in andere. De combinatie is uniek — de streepjescode. Gebaseerd op de zes gedragscategorieën van De Bruin & Naber (2023).

De Bruin en contextblindheid — complementaire modellen

De acht storingen en contextblindheid zijn geen concurrerende verklaringen — ze zijn complementair. De informatieverwerkingsproblemen die De Bruin beschrijft, zijn de oorzaak; contextblindheid is de cognitieve consequentie. Omdat het brein informatie gefragmenteerd verwerkt, referentiekaders mist en sociale signalen niet automatisch herkent, ontstaat contextblindheid — het verminderd automatisch meewegen van impliciete omgevingsinformatie bij betekenisverlening.

De koppeling is direct zichtbaar in de storingen:

Context Thinking en De Bruin beschrijven zo hetzelfde fenomeen vanuit een andere invalshoek: De Bruin vanuit het brein en het gedrag, Context Thinking vanuit de cognitieve verwerkingsstijl. Samen bieden ze een volledigere beschrijving dan elk model apart.

Er is ook een verschil in reikwijdte. De Bruin beschrijft dit meerdimensionele profiel specifiek voor autisme. Context Thinking past hetzelfde informatieverwerkingskader breder toe: dezelfde storingen — gefragmenteerde verwerking, verminderde contextintegratie, moeite met betekenisverlening — verschijnen ook bij ADHD, persoonlijkheidsstoornissen, overprikkeling en burn-out. Contextblindheid is in die zin geen autisme-specifiek begrip, maar een verwerkingsstijl die in meerdere diagnostische beelden herkenbaar is.

Zie Autisme en contextblindheid voor de verdere uitwerking van dit verband.

Wat dit betekent in de praktijk

Verder